Page content

De netwerktheorie

Zowel top-down benaderingen als een groot deel van de bottom-up benaderingen van implementatie van beleid gaat uit van het bestaan van een centrale actor die beleid formuleert. In veel gevallen is er echter sprake van meerdere min of meer gelijkwaardige actoren die alleen door samen te werken een aantal gezamenlijke doelen kunnen uitvoeren.

Scharpf (1978:347) spreekt over een inherent pluralisme in intergouvernementeel beleid. Binnen de netwerkanalyse worden dergelijke samenwerkingsverbanden tussen actoren beschreven (De Bruijn en Ten Heuvelhof, 1991, 1999; Koppenjan en Klijn, 2004).

Wederzijdse afhankelijkheid

De wederzijdse afhankelijkheid van actoren bij het aanpakken van complexe problemen is een belangrijk vertrekpunt van de netwerktheorie (Koppenjan en Klijn, 2004:9; De Bruijn en Ten Heuvelhof, 1999:31). Voor het bereiken van hun doelen zijn actoren afhankelijk van elkaar, en moeten zij dus met elkaar rekening houden.

Pluriformiteit

Naast de wederzijdse afhankelijkheid zien De Bruijn en Ten Heuvelhof (1999:31) ook de pluriformiteit en geslotenheid van organisaties, en de dynamiek van netwerken als belangrijke onderdelen van hun benadering. Pluriformiteit wordt nader ingevuld door vier zaken.

In de eerste plaats speelt mee dat organisaties en individuen hun eigen belangen nastreven. Deze belangen zijn uiteraard verschillend per individu of organisatie. Op deze wijze verschillen niet alleen organisaties van elkaar, maar is ook de organisatie zelf een pluriform geheel.

Verder geldt dat de omvang van organisaties ervoor kan zorgen dat de top van een organisatie geen volledige controle kan uitoefenen op alles wat er binnen de organisatie gebeurt. De span of control is beperkt (De Bruijn en Ten Heuvelhof, 1991:29).

Ten derde bestaat er een beleidsmatige pluriformiteit. Binnen en tussen organisaties komen verschillende rationaliteiten samen. Verschillende rationaliteiten of invalshoeken leiden tot verschillende uitkomsten die elkaar wederzijds kunnen uitsluiten.

Het laatste onderdeel van pluriformiteit zijn tegenstrijdige doelen. Tegenstrijdige doelstellingen binnen een individu (Brenters, 1999) of een organisatie worden veroorzaakt door de complexiteit van de omgeving waarin zij zich bewegen.

Geslotenheid van organisaties

Met betrekking tot geslotenheid stellen De Bruijn en Ten Heuvelhof (1991, 1999) dat organisaties zich soms maar weinig aantrekken van de impulsen uit de omgeving. Aan de andere kant stellen organisaties zich op andere momenten juist bewust open voor invloeden van buitenaf: bijvoorbeeld door het inschakelen van externe adviseurs.

Eigenlijk moet gesproken worden over relatieve openheid versus relatieve geslotenheid van organisaties (De Bruijn en Ten Heuvelhof 1999:38). Invloeden die binnen de organisatie als negatief te boek staan, worden zoveel mogelijk buiten gehouden. De als positief bestempelde invloeden zijn echter wel welkom.

Het kenmerk van wederzijdse afhankelijkheid heeft ook invloed op de openheid en geslotenheid van een organisatie. Hoe afhankelijker een individu of organisatie is, hoe meer zal deze zich (moeten) openstellen voor signalen van organisaties en individuen waarvan deze afhankelijk is (Brenters, 1999; De Bruijn en Ten Heuvelhof, 1991, 1999).

Netwerken zijn dynamisch

Als laatste voegen De Bruijn en Ten Heuvelhof (1999:43) toe dat netwerken dynamisch van aard zijn. De mate van pluriformiteit, geslotenheid en wederzijdse afhankelijkheden in het netwerk veranderen voortdurend.

Om in een netwerk tot gezamenlijke actie te komen moet de interactie tussen organisaties en de personen in die organisaties worden gestimuleerd (Koppenjan en Klijn, 2004:10-11). Door middel van interactie kan samenwerking en collectief leren ontstaan. Collectief leren is volgens Koppenjan en Klijn noodzakelijk om de onzekerheden die complexe problemen met zich meebrengen te managen.

De auteurs onderscheiden daarbij inhoudelijke onzekerheden over het onderwerp waaromheen een netwerk is gevormd en strategische onzekerheden die voortkomen uit de pluriformiteit van organisaties.

Maar ook institutionele onzekerheden die worden veroorzaakt doordat actoren die bij complexe problemen zijn betrokken vaak uit verschillende netwerken en institutionele verbanden afkomstig zijn (Koppenjan en Klijn, 2004:7).

    Comment Section

    0 reacties op “De netwerktheorie

    Plaats een reactie


    *